Het is van groot belang dat de fluit niet bewogen wordt tijdens het opstarten. Het opstart proces duurt ongeveer 45 seconden. Tijdens dit proces moet de fluit zich in een horizontale positie bevinden. Zodra u de Magic Flute opstart krijgt u een zandloper te zien. De interne gyroscoop moet zich namelijk initialiseren.Als de fluit beweegt tijdens het opstarten zal hij niet goed functioneren en snel van de toon afgaan . 45 seconden lijkt lang maar bedenk wel dat de Magic Flute de nieuwste technologische snufjes gebruikt en het is technisch onmogelijk om dit proces sneller te laten verlopen.
Gebruikers instellingen.
Een belangrijk aspect van de Magic Flute is dat u het instrument naar uw persoonlijke behoefte kunt instellen.
U kunt de volgende parameters instellen:
► Sensitivity (1-8) - De "sensitivity" bepaalt de hoeveelheid beweging die nodig is om de volgende toon in de toonladder te kiezen. Dit is de allerbelangrijkste instelling! Bij "sensitivity" 8 is maar heel weinig hoofd beweging nodig om de Magic Flute te kunnen bespelen.
► In breath (strong, normal or light) - 3 verschillende instelling voor de "sip" (zuig) functie. (sterk, normaal en licht)
► Attack (200 100 or 50 milliseconds) - 3 verschillende instellingen voor het aanblazen.
► Note changes (slow, normal, fast) - 3 verschillende instelling die van belang zijn bij het veranderen van de noten onderling.
Om de fluit te kunnen spelen:
Als u wilt beginnen met het bespelen van de fluit moet u dit symbool selecteren. Om een noot te spelen blaast u in het mondstuk. Hoe harder u blaast hoe harder het geluid zal zijn. Dit komt omdat de Magic Flute breath contol* data verzendt.
Om een andere noot te krijgen beweegt u de fluit omhoog of omlaag en blaast u opnieuw in het mondstuk. In het display ziet u een notenbalk en een letter , dit laat zien welke noot u speelt.
Deze stip geeft informatie over hoe dicht u bij het middelpunt van de gekozen noot zit.
Om de fluit goed gecentreerd te houden is het van belang om zo nu en dan in te ademen (sip) . Hou de fluit horizontaal en zuig licht totdat er 2 pijlen in het display verschijnen. Doe dit regelmatig zodat dit onderdeel van uw speeltechniek wordt.
Deze functie kan ook met de "up" knop van het controle kastje worden bediend.
Er zijn 19 standaard toonladders en 4 vrij programmeerbare geheugens zodat men ook zelf toonladders kan maken. Van hele simpele toonladders van maar 5 noten tot meer complexe. Zelfs drums en het spelen van akkoorden is mogelijk. Voor iedere toonladder afzonderlijk kunt u een MIDI kanaal kiezen (1-16) en een schakelaar functie toewijzen. Deze instellingen blijven bewaard voor de volgende keer dat u de fluit weer wilt gebruiken.
U kunt een externe schakelaar met een 1/8 mini jack aansluiten. Voor iedere toonladder afzonderlijk kunt u een functie toewijzen aan deze knop. De toewijs bare functies voor een externe schakelaar (switch) zijn: Sharps / Flats = kruis/ mol,
Memory 4 = geheugen 4.
Transponeer een octaaf omlaag
Transponeer een octaaf omhoog
Als u bijvoorbeeld de G in de C-Major toonladder(C D E F G A B C) speelt kunt u deze verhogen naar de Gis (G#) door een schakelaar te gebruiken.
Als u geheugen (Memory) 4 selecteert, dan kunt u de schakelaar gebruiken om de noten in geheugen 4 een voor een af te spelen. Met deze functie kunt u dus bijvoorbeeld een eenvoudig liedje spelen. Iedere keer als u de schakelaar induwt komt de eerst volgende geprogrammeerde noot. Dit is een leuk extraatje binnen de therapie setting. Een leerling die voor haar communicatie een schakelaar gebruikt kan zo dus ook een deuntje spelen. Deze functie is afgekeken van de Quintet**.
Maar ook kunt u deze functie gebruiken om via de MIDI-out externe apparatuur aan te sturen. Zo kunt u verschillende drumloops triggeren (voor de gevorderde MIDI techneuten) of een nieuw geluid oproepen.
Dit is voor de gevorderde gebruiker. Meestal gebruikt u MIDI kanaal 1 maar dat is niet noodzakelijk.
Zo wordt MIDI kanaal 10 meestal voor drums gebruikt. U kunt bijvoorbeeld iedere toonladder zijn eigen MIDI kanaal geven (1 - 16) , op deze wijze kunt u iedere toonladder een eigen geluid toekennen. Voor deze setup dient u gebruik te maken van externe geluidsbronnen.
U kunt uw eigen toonladders programmeren! Het klinkt moeilijker dan het is. U heeft een keyboard met MIDI-out nodig. U sluit deze aan op de MIDI in van het blauwe controle kastje. Nu selecteert u 1 van de 4 geheugens. U speelt maximaal 15 noten op het keyboard.
Als u klaar bent gaat u terug naar de toonladder selectie en u selecteert de toonladder die u zojuist heeft ingespeeld.
Het reinigen van het mondstuk.
Bij meerdere deelnemers maakt u het mondstuk na iedere sessie schoon.
Maak de opening waar het mondstuk heeft gezeten schoon met een wattenstaafje en een klein beetje alcohol (70%)
* De Magic Flute stuurt Breath Controller (cc#2) boodschappen uit. Deze hebben een waarde van 1 tot 127. Blaast u zacht dan is de waarde laag en hoe harder u blaast hoe hoger deze waarde wordt.
** meestal gebruikt u MIDI kanaal 1 !
*** De Quintet is een ander instrument dat gebouwd wordt door het bedrijf dat de Magic Flute maakt (Unique perspectives uit Ierland) Op de Quintet kunt u tot 5 schakelaars aansluiten. Het is evenals de Magic Flute een "stand-alone" apparaat (u heeft geen extra apparatuur nodig) en u kunt dus muziek spelen met schakelaars.





